Gemeente West Betuwe heeft een belangrijke stap gezet richting een klimaatadaptieve toekomst. Met het ontwikkelen van klimaatrisicokaarten heeft de gemeente integraal inzicht gekregen in waar de grootste klimaatuitdagingen liggen. De kaarten vormen niet alleen een nulmeting, maar blijken ook een goed instrument om intern samenwerking te versterken én gerichter in actie te komen.
In 2050 wil West Betuwe klimaatadaptief zijn. De vraag was alleen: waar sta je nu en waar moet je beginnen? De klimaatrisicokaarten geven antwoord op die vraag. Ze laten per gebied zien hoe groot de opgaven zijn op het gebied van hitte, wateroverlast, droogte en biodiversiteit. Daarmee maken ze inzichtelijk dat niet elke dorpskern dezelfde aanpak nodig heeft. Juist dat onderscheid helpt om gerichter keuzes te maken en prioriteiten te stellen.
Van losse data naar integraal inzicht
De basis voor de kaarten lag al deels binnen de organisatie. Verschillende afdelingen beschikten over relevante data, maar die stond nog los van elkaar. Door deze informatie te bundelen en te analyseren, ontstond voor het eerst een samenhangend beeld. Daarbij keek de gemeente ook naar voorbeelden van andere gemeenten, die vervolgens zijn vertaald naar de lokale situatie.
De aanpak bestond uit een aantal cruciale stappen:
- Het verzamelen en bundelen van bestaande data uit de organisatie
- Het leren van voorbeelden van andere gemeenten
- Het selecteren van een externe partij voor analyse en visualisatie
- Het ontwikkelen van kaarten per thema én een integrale kaart
Interne betrokkenheid als sleutel
Voor de uitwerking werkte de gemeente samen met adviesbureau Tauw. Tegelijkertijd werd intern een werkgroep opgezet met collega’s uit stedenbouw, groen, water, riolering, landschap en circulariteit. Juist die interne samenwerking bleek essentieel. Door collega’s vroegtijdig te betrekken en hen concrete voorbeelden van de kaarten te laten zien, werd snel duidelijk wat de meerwaarde is. Dat zorgde voor enthousiasme en betrokkenheid, ook vanuit andere domeinen zoals leefbaarheid en het sociaal domein. Lunchsessies hielpen om het gesprek hierover op gang te brengen.
Ook richting bestuur en raad is bewust ingezet op communicatie. Tijdens een beeldvormende avond zijn de kaarten gepresenteerd als praatplaat. Dat hielp om inzichtelijk te maken dat de klimaatopgaven binnen de gemeente verschillen per kern en dat maatwerk nodig is.
Van inzicht naar actie
Inmiddels worden de kaarten actief gebruikt in de praktijk. Ze fungeren als onderlegger voor gesprekken over vergroening en inrichting van de openbare ruimte, maar zorgt er ook voor dat we gerichte acties kunnen organiseren in wijken waar het het hardste nodig is. Een voorbeeld is in een wijk waar veel hittestress is, met een straatactie hebben we inwoners gestimuleerd om tegels te vervangen door groen. Samen met welzijnsorganisaties en woningcorporaties ging de gemeente langs de deuren met plantjes en praktische hulp. Daarbij viel op dat huurders vaak direct enthousiast zijn. Dit soort inzichten helpt om toekomstige acties beter te richten.
Een belangrijke les uit dit traject is dat het succes niet alleen zit in de kaarten zelf, maar vooral in het proces eromheen. Door actief te investeren in interne samenwerking, het gesprek te voeren en de kaarten steeds weer te gebruiken in projecten en besluitvorming, blijven ze leven binnen de organisatie. Zo voorkomen ze dat de kaarten in de la verdwijnen en worden ze daadwerkelijk een hulpmiddel om stappen te zetten richting een klimaatadaptieve gemeente.
